Kleine hulpmiddelen, groot verschil


Ik mag dan wel in het kleine dorp Oosterlo wonen, maar ik behoor nog steeds tot de stad Geel. Zoals alle stedelingen ontvang ik dus ook om de zoveel tijd een stadsmagazine. Ik lees er graag eens in, omdat het vaak wat positiefs met zich meebrengt. Deze keer kwam ik toevallig een artikel tegen over de KIZOtheek van Huis van het Kind: een uitleendienst waar ouders en experten specifieke hulpmiddelen voor (hun) kinderen kunnen uittesten. Deze hulpmiddelen hebben voornamelijk betrekking op ASS, ADHD en hooggevoeligheid. Het fijne eraan? De testperiode voor de hulpmiddelen is zes weken, helemaal gratis en vereist geen diagnose. Je kan er verzwaringsdekens, -knuffels, wiebelkussens, voetenrollers, hoofdtelefoons, beweegbare speeltjes, bordjes, (visuele) timers en meer halen. Het houdt daar niet op: je kan er niet alleen terecht voor materiële ondersteuning, maar ook met vragen kan je bij hen aankloppen. Boeken over de genoemde kwesties zijn er ook terug te vinden.




Herkenning van hulpmiddelen

Tijdens mijn korte stage bij Tongelsbos kwam ik de meerderheid van deze items ook tegen in kasten, lokalen en op de banken van de leerlingen. Deze waren volledig geïntegreerd en vormden een vast onderdeel van de sfeer.

Ik weet dat Tongelsbos zich hierin specialiseert, aangezien iedere leerling daar op zijn minst één diagnose heeft, namelijk autisme. Het is dus enkel logisch dat zij hierin geïnvesteerd hebben en een vaste reeks aan middelen ter beschikking hebben voor alle kinderen. Het feit dat die voorwerpen op school zijn, heeft ook in mijn ervaring nog niet tot negatieve gevolgen geleid (zoals afleiding), waardoor ik mij afvraag of zoiets niet mogelijk is op meerdere scholen.

 

“De beste vormen van inclusie helpen iedereen.”

 

Mogen scholen meedoen?

KIZOtheek spreekt over ‘ouders en professionelen’: zouden leerkrachten en scholen ook niet tot die noemer behoren? Als de klassenraad noden ontdekt bij een leerling, zou het dan niet mogelijk zijn om een proefperiode met bijvoorbeeld visuele timers te starten? De school hoeft er niets voor te verliezen: het is gratis! Dat kan vervolgens gecommuniceerd worden met de leerling, diens ouders en de klasgenoten, in de hoop dat er aan de opgemerkte noden voldaan wordt. Ouders en/of scholen kunnen dan na de periode van zes weken beslissen of ze dergelijk middel willen aanschaffen voor hun kind om hun schoolloopbaan te ondersteunen.

Er zijn gegarandeerd leerlingen buiten het buitengewoon onderwijs (pun not intended) die hier ook baat bij hebben: dat is ook precies de reden waarom ik het zo fijn vind om te lezen dat er niet met diagnoses gewerkt wordt, maar wel noden. Zo kunnen we deze hulpmiddelen normaliseren en worden zij die er nood aan hebben bijgevolg minder gemarginaliseerd: vaak helpen de beste vormen van inclusie gewoonweg iedereen!


Elke Dehouwer vertelt hoe de slogan van KIZOtheek ‘Kleine hulpmiddelen, groot verschil’ is. Zij lijken alvast receptief voor het idee, nu ben ik nog benieuwd of de meerderheid van de scholen even ontvankelijk is!

 



Joren

Reacties