Boe, virus!

Virus - toch niet alweer?!

Wie zonet moest denken aan een bepaalde periode van een paar jaar geleden: wees gerustgesteld. Daar gaat het niet over… Of toch niet helemaal.



Virus maakt deel uit van de boekenreeks die stof heeft verzameld in mijn kast omwille van de quarantaine. Vorig semester begon ik deze reeks nieuw leven in te blazen, nadat ik hem uit het stof had opgegraven. Ironisch, vind ik, dat een boek getiteld “Virus” niet behandeld kon worden doordat er een virus rondging.

Nu er (gelukkig) geen pandemie meer heerst, kan ik eindelijk ontdekken wat Mirjam Mous’ Virus heeft veroorzaakt.


Recept voor onheil

Mous werpt ons meteen in het verhaal: we zitten in een auto naast twee jongeren, Kris en Hopper, die op vakantie zijn in Spanje. De enige familie die ze bij zich hebben, is elkaar: ze zijn neven. Voor de rest zijn er geen begeleidende figuren aanwezig. Daarbovenop rijden ze in een vreemd land, in hevige regen, over smalle wegen door de bergen. Als dat geen recept voor onheil is, weet ik het ook niet. Het klinkt ook precies als het type situatie waar ouders hun kinderen voor waarschuwen.

Aangezien er geen ouder of voogd aanwezig is, luisteren de jongeren niet en komen ze natuurlijk in de problemen terecht: ze stoppen véél te laat voor een voorbijlopende jogger en ontnemen hem het leven.


Wat zou jij doen in deze situatie?


De twee jongens reageren namelijk heel anders. Kris, de jongste van de twee neven, wil oorspronkelijk de man redden en de politie bellen. Hopper, de oudste, wil vermijden dat ze in meer problemen komen met de politie en wil liever vluchten, wat ze ook doen.

De onervaren Kris springt achter het stuur, waardoor niet alleen de man omkomt, maar ook hun auto. Gelukkig vinden ze, tussen alle met zwarte graffiti bekladde bordjes, een dorpje genaamd Odrín (niet te verwarren met de Noorse god Odin). Het is natuurlijk hier waar het verhaal zich verder afspeelt en de verschillen tussen hun persoonlijkheden verder naar boven komen.

 

Spiegels

Kris is zeer teruggetrokken, heeft weinig vrienden en is al helemaal niet populair bij de meiden omdat hij overtuigd is dat hij mensen afschrikt met zijn Tourette. Hij probeert steeds het moreel ‘goede’ te doen. Hopper kan dan weer gekarakteriseerd worden als een typische ‘bad boy’. Hij rookt, geeft niet om regels, doet stoer, loopt achter de meiden aan en kan wel eens gemeen uit de hoek komen. Tourette heeft hij niet, maar hij begrijpt zijn neef wel. Ze komen goed met elkaar overweg.

Ik vind het altijd fijn om karakters als elkaars antithese te zien geschreven worden: als dat succesvol wordt uitgevoerd, kan dat veel over het verhaal onthullen en zeer vermakelijk zijn. Natuurlijk moet je er voor zorgen dat, wanneer ze als vrienden worden geschreven, ze ook elkaar kunnen uitstaan en dat hun morele waarden niet té hard met elkaar in conflict komen. Op wonderbaarlijke wijze slaagt Mous daar naar mijn mening in.

 

“Op de dag dat hij hier kwam, is de ellende begonnen. Kijk dan hoe raar hij doet. Het is de duivel, die spreekt. De vuile die preekt. De huiler die breekt.”

 

Hoewel er eigenlijk al vanaf pagina één actie in het verhaal zit, voelde het voor mij toch aan alsof de start lang uitgetrokken werd. Om spanning op te bouwen is dat zeker handig, maar aangezien er niet meteen een verlossing aankwam, lijkt die opbouw verloren te zijn gegaan.

Na enige tijd wordt de spanning weer opgebouwd: wat is het virus? Waarom is het zo plots uitgebroken? Heeft het te maken met de komst van Kris (en Hopper)? Wie zijn de mysterieuze figuren in Odrín? Waarom is het dorpje helemaal afgelegen? Kunnen ze er nog wel weg?

De tweede opbouw had mij al meer te pakken. Ik houd enorm van mysterieverhalen en hoop daarom ook steeds dat ze goed worden uitgeschreven. Hier begon het lezen dus enorm te vlotten en spoedde ik me naar de ontknoping van het verhaal.

 

Er gebeuren echter een aantal acties die individueel heel interessant zijn en de aandacht weten te grijpen, maar waar ik mij toch bij afvraag hoe de auteur erop is gekomen om al deze gebeurtenissen aan elkaar te kunnen linken. Waar zij haar inspiratie vandaan haalde, wil ik ook wel eens gaan. Een dokter met ingenomen diploma, één enkele politieagent, een heks en een geheime wietplantage o.a. allemaal met elkaar verbinden lijkt me namelijk niet voor de hand liggend. Zo voelde het voor mij ook alsof we van de hak op de tak sprongen, hoewel er toch een connectie is tussen alles. We huppelden daardoor ook van ruimte tot ruimte, maar die vond ik wel steeds duidelijk beschreven en intrigerend, zoals het café waar de jongeren logeren, de pop van Sorgina, het ziekenhuis, de geheime ondergrondse wietplantage, … Hierdoor kon ik heel mooi het dorpje voor me zien en me inleven als Kris, wat opnieuw een element is waar ik als lezer enorm veel belang aan hecht. Leerlingen zouden met deze verscheidene ruimtes aan de slag kunnen door er één (of enkele) uit te kiezen en uit te leggen wat er voornamelijk gebeurt en wat het belang ervan is voor het overkoepelende verhaal.

 

“Hoe heb ik zo stom kunnen zijn om hem te vertrouwen? In Odrín stikt het van de godsdienstwaanzinnigen, criminelen en bijgelovige gekken.”

 

Nog een aspect van het verhaal dat ik opmerkte, was de thematiek van religie en geneeskunde. Het debat werd kort gestart toen het hele dorp panikeerde omdat er meer bekend werd gemaakt over het virus. In het midden van de chaos geloofden de dorpsbewoners dat de ‘vreemde jongen’ Kris, die door de drukte zijn tics niet kon bedwingen, de schuldige was en moest opgeofferd worden. Geloof heerst namelijk sterk in het kleine dorpje, wat ook te zien is in het stukje met Sorgina, de heks. Aan de andere kant heeft het dorp een huisdokter, Montana, waar het hele dorp terecht kan en die door allen gerespecteerd wordt, maar het virus niet onder controle kan houden.

Ergens vind ik het jammer dat er niet dieper op deze thematiek in werd gegaan, maar daardoor kan dit verhaal wel prima als een startschot dienen voor een gelijkaardig debat in het klaslokaal.

 

“Mensen doen wel raardere dingen uit angst. Angst doet rare dingen met je.”

 

In mijn bericht over het verhaal heb ik misschien het element van Tourette een beetje over het hoofd gezien, maar dat heeft Mous zeker niet gedaan. Toen ze Kris introduceerde en stukje bij beetje zijn tics verduidelijkte, vreesde ik eerst dat hij hierdoor voor ‘comedic value’ zou moeten zorgen en dat zijn tics (woorden herhalen, rijmen, mensen aanraken, dierengeluiden maken, …) als humor zouden worden beschouwd. Zijn tics zorgden soms inderdaad voor grappige en/of ongemakkelijke situaties, maar werden gelukkig niet als ‘punchline’ gebruikt. Ook was zijn aandoening gelukkig niet een of ander belangrijk sleutelelement voor het plot; het bestond gewoon. Het was onderdeel van zijn karakter, net als zijn haarkleur of kledingstijl. Daar was ik toch wel opgelucht om. Dikke pluim voor deze, in mijn ogen, geslaagde representatie!


Nu heb ik eigenlijk nog maar een paar belangrijke elementen besproken en bewust veel andere karakters achterwege gelaten. Dat wil niet zeggen dat ze de bespreking niet waard zijn, maar wel dat ik het mysterie erin wil houden voor jullie. Ik raad het zeker aan voor de spanning, al denk ik dat het zeer subjectief is of die werkelijk mooi wordt ontknoopt aan het einde. Wil jij ook leren over het geheimzinnige Odrín? Ik ben benieuwd!


Ik hoor graag van jullie,

 

Joren

Reacties