1984 of 2025?

1984: een verhaal over de toekomst

Tijdens het voorbije semester had ik mij positief laten verrassen door George Orwell en zijn Animal Farm, dus was ik logischerwijs meer benieuwd geworden naar een van zijn andere, zeer bekende werken: 1984.

Hoewel de titel spreekt over het jaar 1984, schreef Orwell het werk gedurende de jaren ’40 en werd het gepubliceerd in 1949, toen 1984 nog enkel de verre toekomst was.


Waarschuwing of voorspelling?

Toch had Orwell, in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, een visie over hoe de toekomst eruit zou kunnen zien. Een toekomst zonder nazisme, communisme, of de Koude Oorlog, maar wel met een Derde Wereldoorlog en een helemaal nieuwe ideologie. Het idee was oorspronkelijk een waarschuwing, maar begint steeds meer op een voorspelling te lijken.

In werkelijkheid is de ideologie, Ingsoc, een afkorting van English Socialism, een mengeling van zowel nazi-elementen als communistische aspecten, wat te zien is in de propaganda en de manier waarop sceptici worden verwijderd. Er bestaat vandaag geen directe variant van deze ideologie, maar ze is wel het perfecte middel voor Orwell om zijn kritiek op beide systemen te uiten.


Big Brother is watching you

Orwell laat ons kennismaken met Winston Smith, die, zoals de naam suggereert, een doodgewone man is. Hij woont in Londen, in het land dat wij ‘Engeland’ zouden noemen, maar voor hem ‘Airstrip 1’ heet. Het ligt in Oceania, één van de drie grote wereldmachten naast Eurasia en Eastasia. Aangezien Oceania wel altijd met één van de twee oorlog voert, op basis van wat op dat moment voor Ingsoc het best uitkomt, moet de berichtgeving steeds veranderd worden. Dat is Winstons taak: hij werkt namelijk in het Ministerie van de Waarheid, waar ironisch genoeg alle waarheden worden vernietigd. Winston moet er propaganda schrijven en nieuwsberichten retroactief updaten zodat alle informatie overeenkomt met de feiten die Ingsoc beweert waar te zijn.

In feite is dit karakter gebaseerd op Orwell zelf, aangezien hij propaganda voor Stalin moest fabriceren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mogelijk vertoont hij nog meer gelijkenissen met zijn karakter Winston, die stiekem jaloers was op het proletariaat. Zij werden echter niet 24/7 geobserveerd door één van de grote schermen met Big Brother op. Zij konden iets vrijer leven van deze constante blik.

Hier stel ik me vragen bij de betrouwbaarheid van Winston als verteller, aangezien het proletariaat hard moet werken om rond te komen en hij deel uitmaakt van de tweede laag van de bevolkingspiramide (en niet de derde). Hij valt immers onder de buitenste laag van de Partij, waar sowieso procentueel al niet veel mensen toe behoren, maar er is ook nog de eerste laag van de piramide waar de werkelijke elite zich in de binnenste laag van de Partij bevindt.

Ik vind het zeer opmerkelijk hoe Winston als ‘average Joe’ wordt neergezet, opdat we ons allen in hem zouden kunnen herkennen. Zo bouwen we stilaan onze hoop op verlossing, overwinning, de omverwerping van het regime, … allemaal tevergeefs. Ik denk dat er een enge boodschap hangt aan de middelmatigheid van Winston: we denken misschien dat wij allemaal slim genoeg zijn om de tekenen van totalitarisme te herkennen en dat we ons ertegen zouden kunnen wapenen, maar, in de realiteit zouden we hoogstens een Winston zijn.


Taal is een krachtig wapen

Even ter verduidelijking: Ingsoc, de Partij en Big Brother zijn eigenlijk één en hetzelfde concept; namelijk een overheid die erin slaagt de volledige bevolking te onderdrukken aan de hand van constant toezicht, propaganda, strenge levensregels, een monopolie op zowel de waarheid als de geschiedenis en controle over de taal.

Ik zou enorm graag alle aspecten uitdiepen, maar dan zou ik de woordlimiet van Blogger ontdekken, dus ben ik genoodzaakt één element uit te kiezen. Je mag twee keer raden welk aspect uit dat rijtje mij het meest interesseert.

Winston woont dus in Londen, maar de taal die hij er spreekt, heet geen ‘Engels’. Iedereen spreekt er nu ‘Newspeak’. Deze taal is steeds evoluerend, net zoals onze taal dat is, maar het verschil is dat de gebruikers ervan niet voor die verandering zorgen. In dit geval is het de overheid die zorgvuldig bepaalt welke woorden er nog gebruikt mogen worden en welke schadelijk zijn voor de Partij en dus onmiddellijk verwijderd dienen te worden uit de volksmond. Daardoor verkleint het aantal beschikbare woorden in plaats van dat het stilaan vergroot én wordt er effectief voor gezorgd dat men zich minder goed en accuraat kan uitdrukken. Hoe zou je nog teleurstelling in de overheid kunnen uitdrukken als alle woorden die daarmee verbonden zijn niet (meer) beschikbaar zijn?


1984 of 2025?

De reden dat ik precies dit element zo belangrijk vond in deze situatie, is omdat ik het helaas ook al herken in onze wereld. Gelukkig nog niet tot de extremiteit van 1984, maar ik heb wel opgemerkt dat men online, om censuur te omzeilen, woorden als ‘kill’, ‘die’ of ‘suicide’ vervangen door ‘unalive’ en ‘rape’ vervangen door ‘grape’ of een emoji van een druif. Zo kunnen mensen alsnog berichten posten over ernstig nieuws: goed, toch?

Ja, zou ik denken, totdat men deze termen ook begint over te nemen in contexten waar er geen angst voor censuur is, zoals minder gecensureerde platformen of het echte leven. Vergelijk eens de twee termen voor eenzelfde concept, zoals ‘rape’ of een druiven-emoji voor verkrachting. Ik denk dat je je snel realiseert welke van de twee meer gewicht draagt en daardoor dus serieuzer overkomt. Het is ook een serieus feit, dus waarom zouden we onze taal die ernst niet laten reflecteren?

Deze vergelijking is natuurlijk niet perfect, maar ik kon niet anders dan gelijkenissen met onze eigen wereld opmerken. Als ik nog een parallel mag trekken, dan zou ik durven beweren dat er nog nooit een tijd van constante observatie is geweest als nu… op sociale media, alleszins. Er is namelijk nog maar nét een wet goedgekeurd genaamd de Online Safety Act, waarin beweerd wordt dat men de veiligheid van kinderen online voorop plaatst, maar waarmee men in werkelijkheid nog meer gegevens van ons wil verzamelen, waaronder onze biometrische gegevens of identiteitskaart, om ons te overzien.


Ik durf met enige zekerheid te stellen dat de vergelijkingen hier niet ophouden, maar zelfs deze al dan niet kleine voorbeelden vind ik al onrustwekkend genoeg. In deze tijden denk ik dan ook dat een roman als 1984 ideaal is om in te zetten als educatief materiaal voor de jonge generatie. Deze signalen moeten zij ook leren herkennen en durven aan te wijzen. Aangezien we een taalvak geven: waarom jongeren niet bijleren over hoe krachtig taal werkelijk kan zijn? Ik denk namelijk dat dat thema te weinig wordt aangesneden op scholen. Misschien kunnen wij ermee aan de slag?

 

Volgens mij heb ik voldoende duidelijk gemaakt dat 1984 geen ‘feel good’- of ‘happy go lucky’-verhaal is. Wel heeft het me toegelaten om het onderwerp uit te diepen en mezelf cruciale zaken bij te leren. Al wie deze klassieker nog niet gelezen heeft: ik raad het je ten sterkste aan om 1) dat te doen, 2) gelijkenissen proberen te zoeken en 3) de verschillende en extreem intrigerende analyses en naslagwerken op o.a. YouTube te raadplegen. Het verhaal is een harde noot om te kraken, maar het is het zo waard.

 

Joren

Reacties